Speech burgemeester Niederer Dodenherdenking

dodenherdenking 2018
4 mei 2018
Op vrijdagavond 4 mei werden de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog herdacht. Dat gebeurde bij het oorlogsmonument aan de Parklaan. Sprekers waren: burgemeester Jacques Niederer, de gast van de burgemeester Nikki Tjassens Keiser en een vertegenwoordiger van het Korps Commandotroepen.

Nationale Jongerenherdenking

Dit jaar vond voor de eerste keer ook een Nationale Jongerenherdenking plaats in Roosendaal. Zie: www.nationalejongerenherdenking.nl

Speech burgemeester Niederer

De burgemeester sprak de navolgende speech uit:

Dames en heren, jongens en meisjes, beste stadgenoten. 

Het is morgen 73 jaar geleden dat heel Nederland bevrijd werd. Een gedenkwaardige dag. Waarop wij – en voor veel van ons zijn dat onze ouders of grootouders – een buitengewoon kostbaar cadeau kregen: de vrijheid.

Sindsdien staan we jaarlijks stil bij de waarde van dat geschenk. Zeker nu de Tweede Wereldoorlog langzaam uit ons directe zicht verdwijnt, staan we steeds meer stil bij vragen over de betekenis van vrijheid.

Wat betekent die zo hard bevochten vrijheid voor ons? 

Wat betekent het anno 2018 om de vrijheid te koesteren en door te geven?

Ik zou om die vragen te beantwoorden eerst willen teruggaan in de tijd. En wel naar de Roosendalers die tijdens de oorlogsjaren, in welke vorm dan ook, in verzet kwamen.

Dankzij de onvermoeibare inzet van iemand als John Braat weten we sinds een jaar of tien eigenlijk pas hoe rijk geschakeerd en hoe omvangrijk het verzetswerk in onze gemeente was. 

Vanuit Roosendaal werden piloten en joodse vluchtelingen over de grens gesmokkeld. Mensen gaven met gevaar voor eigen leven belangrijke informatie door aan de geallieerden, bijvoorbeeld over militaire transporten over het spoor. Er werden illegale kranten verspreid. Bonkaarten en identiteitsbewijzen werden vervalst om de vele onderduikers te helpen die via Roosendaal de vrijheid probeerden te bereiken.

En daarbij zetten deze mensen die in verzet kwamen vaak alles op het spel. 25 Roosendalers kwamen vanwege hun verzetsactiviteiten om. Anderen overleefden beruchte strafkampen.

En dat alles omdat ze in actie kwamen. Iets wilden betekenen.

Wat zouden u en ik hebben gedaan? 

Die vraag is gemakkelijker gesteld dan beantwoord. We hopen natuurlijk allemaal dat we dezelfde heldenmoed aan de dag zouden hebben gelegd. 

Maar misschien twijfelen we daar diep van binnen wel een beetje aan. Verzetshelden, dan denken we al gauw aan onverschrokken avonturiers. Bijzondere mensen, voor de duvel niet bang. Maar zo heldhaftig voelen de meesten van ons zich niet.

En weet u: heel veel verzetshelden waren doodgewone mensen. Die geen idee hadden hoe lang de oorlog zou duren of wie de oorlog zou winnen. Die zelf vooral bezig waren met overleven. Die waarschijnlijk ook gewoon slapeloze nachten hebben doorgemaakt en doodsangsten hebben uitgestaan. Om zichzelf. Om de risico’s voor hun familie.

Waarom kwamen die gewone Roosendalers – pastoors, onderwijzers, huisvrouwen – dan toch in actie? Lang niet altijd vanwege grootse, meeslepende idealen als God, vaderland, de vrijheid of democratie.

Vaak was het juist iets kleins. Veel verhalen uit de oorlog laten zien dat mensen besloten iets te doen als ze meemaakten hoe een buurvrouw, een collega of gewoon iemand onrecht werd aangedaan. 

Met andere woorden: ze namen verantwoordelijkheid voor de mensen om hen heen.

Een joods denker die zelf een Duits kamp overleefde, Emanuel Levinas, trok uit zijn ervaringen een belangrijke conclusie. 

Hij schreef dat de essentie van goed doen is dat we “het gelaat van de ander” durven zien.

Met andere woorden: niet wegkijken. Niet bang zijn voor het oogcontact met iemand die schreeuwt om hulp. Die blik vermijden was volgens Levinas de diepste oorzaak van alle geweld. Elkaar durven aankijken was juist het begin van goed doen.

Die vraag, die lastige vraag: ‘Wat zou ik doen?’. Die is helemaal niet zo hypothetisch. Die kunnen we heel eenvoudig op onszelf toepassen.

Wat doe ik als iemand in nood een beroep op mij doet? Als ik zie dat iemands waardigheid door anderen wordt aangetast? Wat doe ik als ik aanvoel dat het onrechtvaardig is wat ik zie, maar mensen om mij heen hun schouders ophalen?

Ik hoef u niet te vertellen dat die vragen voor ons allemaal buitengewoon relevant zijn. We leven in vredestijd, iets wat we morgen vieren en waar we ongelooflijk dankbaar voor moeten zijn.

Maar ook in het Nederland van 2018 wordt regelmatig een beroep op ons geweten gedaan. Staan we voor keuzes. Zijn er mensen om ons heen van wie de waardigheid in het geding is.

Laten we vandaag een moment nemen om stil te staan bij de dappere keuzes van onze stadgenoten die in de donkere oorlogsdagen niet wegkeken. En laten óók wij proberen verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen.

Zo geven wij, hier, vandaag, in Roosendaal, de vrijheid door.